Handleidingen > Commandline: Beheer je Linux-systeem met commando’s

De commandline is een van de grootste krachten achter Linux: je kunt je hele systeem ermee beheren, ongeacht de distributie of versie van Linux die je gebruikt. Het lijkt misschien ouderwets, maar als je eenmaal je weg op de commandline weet, vergroot het je efficientie enorm en zal je merken dat het sneller en logischer werkt dan een grafische interface.

De commandline wordt ook wel aangeduid met de termen CLI (Command Line Interface), Console en Terminal. Het kan zijn dat je vanzelf in de commandline terecht komt als je je Linux-systeem opstart, maar het kan ook zijn dat je gebruik maakt van een grafische interface, d.w.z. een desktopomgeving waarbij je een terminalvenster of console kunt openen om alsnog met commando’s te werken. Vergelijk het met de MS-DOS Command-prompt die je in Windows nog altijd kunt oproepen.

Wat is de commandline?

De commandline is in feite de basisomgeving in Linux waarmee je je systeem kunt beheren door middel van het invoeren van opdrachten / commando’s. De commandline kan ook wel gezien worden als de ‘schil’ (Engels: shell) om de Linux-kernel of de laag tussen het hart van je besturingssysteem en de rest. De standaard schil die als commandline wordt gebruikt in alle bekende Linux-distributies en in Apple OS X is heet Bash.

Terminal opstarten

Kom je na het opstarten van je systeem niet vanzelf in een command-line omgeving maar in een grafische omgeving? Zoek dan in je menu naar de Terminal of Console of druk op Ctrl+alt+f2 of ctrl+alt+f3 en je zult op de CLI terecht komen. Wil je vanaf die commandline weer terug naar de grafische omgeving? Druk dan op Ctrl+alt+f1 of ctrl+alt+f7.

 

Beginnen met de commandline

 

Commandline

Veelgebruikte commando’s

ls – dit commando laat de inhoud zien van de directory waarin je je bevindt.

cd /etc/apache – ga naar de map /etc/apache. Natuurlijk kan je i.p.v. /etc/apache ook een ander pad gebruiken.

pwd – kijk in welke directory je je op dit moment bevindt.

mv bestand1 bestand2 – Hernoem bestand1 naar bestand2.

mv bestand1 /home/thijs/ – Verplaats bestand1 naar de map /home/thijs.

cp originelebestand nieuwbestandsnaam – Kopieer een bestand.

ln originelebestand nieuwbestandsnaam – Maak een zogenaamde hard link (het bestand lijkt gekopiëerd, maar eigenlijk zitten de twee bestanden aan elkaar vast; als je de ene verandert verandert de andere ook, maar als je er een weggooit blijft de andere nog staan)

ln -s originelebestand nieuwbestandsnaam – Maak een zogenaamde soft link; net zoiets als een snelkoppeling in Windows; de link verwijst naar een bepaalde locatie. Als het bestand op die locatie weg is werkt de link niet meer. Je kunt ook directorys linken

rm bestand – Verwijder een bestand.

mkdir nieuwemap – Maak een nieuwe map aan.

df -h – Kijk hoeveel vrije ruimte er op je harde schijf is.

du -hs /home/yorn – Kijk hoeveel ruimte /home/yorn inneemt.

chown yorn:users bestand1 – Zorg dat bestand1 eigendom is van de gebruiker yorn en bij de groep users hoort

find -type f -name “*toeter*” /home/yorn – Zoek in /home/yorn naar bestanden die toeter in hun naam hebben staan

ps aux – laat informatie zien over alle actieve processen

man onderwerp – Geeft een handleiding van het onderwerp.

reboot | halt | logout
Herstarten, computer afsluiten of uitloggen.
uname
Laat zien welke kernelversie je op dit moment gebruikt.

wget http://url/naar/bestand.txt
Een bestand downloaden

 

Zie ook:

https://alleslinux.com/handleidingen/tags/commandline/

Wordt vervolgd

Deze pagina zal op korte termijn verder worden uitgebreid met informatie over de werking van de meestgebruikte commando’s. Voor nu verwijzen we je door naar onder andere de volgende websites met handige informatie:

Category: